Ter gelegenheid van ’75 jaar bevrijding van ’s-Hertogenbosch gaf November Music samen met de gemeente ’s-Hertogenbosch een compositieopdracht uit aan Jesse Passenier. De jonge componist is van alle markten thuis, hij is arrangeur, dirigent, maar het meest van alles componist met op de tweede plaats instrumentalist. In een interview spraken we Passenier over zijn muziek, zijn nieuwe stuk Division, zijn jeugd en zijn leven. Hij is dan ook de ideale componist voor het openingsconcert op vrijdag 1 november.
 
Als jij een stuk gaat schrijven, waar begint dat dan mee? Doe je eerst onderzoek of doe je dat gewoon in je kamertje thuis?
‘Dat is best verschillend. Vaak werk ik eigenlijk heel erg direct, vanuit eenzelfde methode als improvisatie bijna en dan gaandeweg ontwikkelt zich een structuur. Door de ervaring krijgt het wel snel echt een compositorische structuur. Ik heb dat ook hand in hand op die manier met elkaar ontwikkeld. Het improviseren en het componeren ligt voor mij heel dicht bij elkaar. Maar soms moet ik wel onderzoek doen, zoals nu met Division. Dat is het langste onderzoek voor mij ooit tot nu toe. Ik was op zoek naar achtergrondinformatie en vooral de woorden van de soldaten zelf die Den Bosch bevrijd hebben. Dat was nogal een zoektocht en zijn er een hoop wegen die je moet bewandelen voor je komt waar je wilt zijn.”
 
Op November Music wordt je nieuwe stuk Division gespeeld in samenwerking met o.a. Ruben Hein. Kan je nog iets meer vertellen over dit werk?
“Ik ben begonnen met een lang onderzoek om erachter te komen hoe de bevrijding van Den Bosch nu eigenlijk is gegaan. De operatie die daar heeft plaatsgevonden, wie waren daarbij betrokken? Dat bleek de 53rd Welsh Divisie te zijn. Ik ben op zoek gegaan naar wie deze mensen waren. Uiteindelijk kwam ik bij een boek uit: ‘Red Crown and Dragon’ van Patrick Delaforce. Zijn boek bestond uit gedichten en verhalen van generalen en soldaten. Zo heb ik een hoop teksten verzamelt en Ruben Hein gevraagd om daar zijn persoonlijke verhaal aan toe te voegen. Tijdens het proces bleek dat Ruben en zijn familie een rijke oorlogsgeschiedenis hebben. Zijn vader is joods en was net voor de oorlog geboren. Tijdens de oorlog heeft hij in meerdere gastgezinnen onder een schuilnaam gewoond. Pas na de oorlog leerde hij zijn echte ouders kennen. Een verhaal wat Ruben heeft gevangen in een gedicht. Geschreven vanuit het perspectief van zijn eigen vader.”
 
Is dat dan ook de reden dat je Ruben Hein voor dit stuk hebt gevraagd? 
“Het bijzondere is dat ik dat van tevoren niet wist dat zijn familie deze geschiedenis kent. Ruben is voor mij een hele inspirerende stem. Ik vind dat hij een stem heeft die veel mensen raakt, het is een sterke stem, maar het is ook een hele lyrische stem. En dat element is wel heel bijzonder om in te zetten. Dat dit verhaal er ook nog achter schuilt is iets moois wat tijdens het proces ontstaat, wat het stuk heel bijzonder maakt
 
Het verhaal over de 75 jaar bevrijding is best een ingrijpend verhaal, hoe vertaal je dit verhaal in muziek en geluid? 
“Ik denk dat dat een emotionele intuïtie is uiteindelijk. Ik neem in dit geval de tekst als leidraad en de emotionele lagen die ik wil raken probeer ik te vertalen in de kleuren van de muziek. Ook kijk ik naar of het opzwepend is of introvert. Dat soort emoties kan je natuurlijk heel mooi vangen in muzikale concepten. Het is eigenlijk een soort cyclus, het begint intuïtief en terwijl ik het doe, analyseer ik wat ik aan het doen ben en dan ga ik daar weer op door.”
 
Wat is jouw geschiedenis? Wat zijn dan je eerste muzikale herinneringen?
“Ik groeide op met klassieke muziek om mij heen. Mijn moeder was zanglerares en zette thuis altijd klassiek muziek op. Pas veel later kwam ik erachter dat mijn vader een jazzliefhebber was. Dat was wel interessant, want toen vond ik dat ook ineens heel boeiend. Ik ben klassiek grootgebracht en begon later toen ik zelf begon te spelen de jazz te ontdekken.”
 
Wat betekent muziek voor jou? 
“Ik denk dat het bij bijna iedere componist of muzikant de muziek een groot deel van je identiteit is en dat is bij mij niet anders. Ik voel mij naast dat ik ‘Jesse’ ben, ook componist en dat is bijna gelijk aan wie ik ben. Dus die uiting en die urgentie om dat te willen en te mogen doen is heel groot. Eigenlijk zoek ik altijd heel erg de diepte op, dus de diepte van mijn identiteit heb ik ook met mijn muziek. Ik wil heel graag de diepte in met mijn muziek.”
 
Wil je deze diepte en gevoel ook overbrengen naar het publiek?
“Het liefste wil ik ze inderdaad meenemen en heb ik altijd een soort wens om creativiteit aan te wakkeren of om te inspireren tot verbeelding, tot de creatieve kant van het mens-zijn. Dat vind ik heel belangrijk om dat meer aandacht te geven in de maatschappij.”
 
Jouw muziek is hedendaags gecomponeerd gecombineerd met jazz. Vaak blijkt dat hedendaags gecomponeerd niet heel toegankelijk is. Wat zou je de lezers willen meegeven om toch jouw muziek te gaan luisteren?
“Ik heb het gevoel dat het in de interpretatie zoals ik het neerzet, het juist heel toegankelijk wordt. Dat heeft ook heel erg te maken met de drama-boog die ik opzoek. Mijn muziek is in dit geval een beetje verwant met Stravinsky. Als je dan bedenkt dat de muziek van Stravinsky tegenwoordig wordt gebruikt bij cartoons, dan is dat in die zin eigenlijk niet zo ingewikkeld meer. Ik heb het gevoel dat mijn muziek niet complex is. Of misschien wel complex, maar niet te ingewikkeld om te begrijpen.”
 
Wat voor een muziek zet je op als je thuis bent? 
“Ik luister het meeste naar die stijlen waar ik mezelf het liefste in begeef. Dus was latere klassieke muziek, zoals laat-romantiek tot nu. Maar ook de jazzwerken, waarbij ik met name luister naar big-band-muziek, maar dan wel behoorlijk bijzondere big-band-muziek.”
 
Wat is je favoriete optreden dat je tot nu toe hebt gezien?
“Dat is een lastige. Weet je wat een beetje het probleem is? Omdat ik componist ben, ben ik heel erg lastig. Als ik een stuk hoor, zelfs van mijn favoriete, dan heb ik altijd plekken waar ik het niet helemaal geweldig vind. Ik ben heel erg kritisch. Dit zorgt ervoor dat ik niet zomaar een ding heel goed vind. Ik heb daarom nooit dat ik tijdens een concert een top-beleving heb.”
 
Kijk je ook kritisch naar je eigen werk? 
“Ik ben meestal wel een beetje nerveus. Ik luister er in eerste instantie ook anders naar dan het publiek natuurlijk, maar als ik het dan later terug luister ben ik soms behoorlijk kritisch. Hoewel ik ook heel erkentelijk kan zijn en ben ik trots dat ze mijn werk hebben gespeeld of hebben mogen spelen. Dat is wel heel een fijn gevoel aan wanneer je je eigen muziek hoort, dat je heel dankbaar kan zijn.”
 
Deel dit nieuwsbericht